Wassen doe je in een paar stappen: sorteer je was, check de wasetiketjes, kies de juiste temperatuur en het juiste wasprogramma, en draai de machine. Klinkt simpel, maar op elk van deze stappen gaat het regelmatig mis. Hieronder vind je een praktische uitleg zodat je kleding langer mooi blijft en je nooit meer een trui verprutst.
Stap 1: sorteer je was voordat je begint
Gooi niet alles tegelijk in de machine. Sorteer je was op kleur en materiaalsoort. De meest gebruikte indeling is: wit, lichte kleuren (pastelkleu, beige, grijs), en donkere kleuren (zwart, marineblauw, donkerrood). Nieuwe donkere kleding bloedt vaak de eerste wasbeurt flink, dus was die apart of samen met soortgelijke kleuren.
Daarna kijk je naar materiaal. Dunne, delicate stoffen zoals zijde of kant was je apart van zware materialen zoals spijkerstof of badstof. Die laatste groep is zwaarder, neemt meer water op en kan lichtere kleding beschadigen door de extra mechanische beweging in de trommel.
Zo lees je de wassymbolen op het etiket
Op elk kledingstuk zit een wasetiket met wassymbolen. Die symbolen vertellen je precies hoe je het kledingstuk moet behandelen. Het kuipje met water staat voor machinewas. Het getal erin geeft de maximale wastemperatuur aan. Een streep onder het kuipje betekent: gebruik een fijner programma. Twee strepen betekent nog voorzichtiger, zoals het wol- of zijdeprogramma.
Andere veelvoorkomende symbolen:
- Driehoek: bleken toegestaan (met streep erdoor: niet bleken)
- Vierkant met cirkel erin: geschikt voor de droger (streep erdoor: niet in de droger)
- Strijkijzer: strijken toegestaan, met punten voor de temperatuur (1 punt = laag, 3 punten = hoog)
- Hand in kuipje: alleen met de hand wassen
- Kuipje met X erdoor: niet wassen, alleen stomerij
Het etiket is geen suggestie maar een richtlijn gebaseerd op het materiaal. Negeer je het structureel, dan krimpt kleding, vervaagt de kleur of rekt de stof uit.
De juiste wastemperatuur kiezen
De temperatuur heeft de meeste invloed op het resultaat. Hoe hoger de temperatuur, hoe schoner de was, maar ook hoe groter de kans op krimp of kleurverlies. Hier een overzicht van de meest gebruikte temperaturen:
| Temperatuur | Geschikt voor |
|---|---|
| 30°C | Delicate stoffen, licht vervuilde kleding, synthetisch |
| 40°C | Katoenen kleding, sportkleding, dagelijkse was |
| 60°C | Handdoeken, vaatdoeken, beddengoed, katoenen onderkleding |
| 90°C | Witte katoenen theedoeken, werkkleding met zware vervuiling |
Handdoeken, vaatdoeken en beddengoed was je het beste op 60 graden. Dat is de temperatuur waarbij huisstofmijt en de meeste bacteriën worden gedood. Voor gewone kleding is 40 graden in de meeste gevallen voldoende.
Hoe moet je wassen met de machine: programma’s en volgorde
Kies het programma dat past bij de was die erin gaat. De meeste wasmachines hebben in elk geval deze programma’s: katoen, synthetisch, fijn/delicaat en wol. Gebruik niet standaard altijd het katoenprogramma; dat is intensiever dan nodig voor veel kleding en versleet kleding sneller.
Doe daarna het wasmiddel in het juiste compartiment. Bij poeder gaat dat in het hoofdwasvak (doorgaans het compartiment gemarkeerd met “II”). Vloeibaar wasmiddel mag ook direct in de trommel, via een doseerbakje of een wasballen. Gebruik niet meer dan de aanbevolen hoeveelheid: te veel wasmiddel spoelt niet goed uit en laat resten achter in de stof.
Vul de trommel niet te vol. Een te volle machine wast slecht omdat kleding niet genoeg ruimte heeft om te bewegen. Als vuistregel: de trommel mag voor maximaal driekwart gevuld zijn. Bij zwaar beddengoed of handdoeken al voor de helft.
Met de hand wassen: wanneer en hoe
Staat er een hand op het etiket, dan was je het kledingstuk met de hand. Vul een bak of de wasbak met lauw water (maximaal 30 graden) en voeg een kleine hoeveelheid fijn wasmiddel toe. Doop het kledingstuk onder en knijp het voorzichtig samen. Wrijf niet hard, zeker niet bij zijde of wol; dat beschadigt de vezels en veroorzaakt pillen.
Spoel daarna grondig met schoon water. Wring het kledingstuk niet uit door te draaien; druk het liever voorzichtig samen of rol het in een droge handdoek om vocht op te nemen. Hang het vervolgens in model op een droogrek.
Drogen na het wassen
Hoe je droogt, is net zo belangrijk als hoe je wast. Controleer of het kledingstuk in de droger mag. Veel materialen (wol, zijde, synthetisch) krimpen of vervormen in de droger. Hang zulke kleding liggend of hangend op een droogrek, uit direct zonlicht (direct zonlicht vervaagt kleuren).
Katoenen kleding, handdoeken en beddengoed kunnen in de meeste gevallen wél in de droger op een lage of gemiddelde stand. Haal kleding iets voor het einde uit de droger, dan is het vouwen makkelijker en hoef je minder te strijken.
Door de wassymbolen te volgen, de was goed te sorteren en de juiste temperatuur te kiezen, gaat je kleding langer mee en ziet het er beter uit. Het kost een paar minuten extra aandacht, maar voorkomt dat je trui drie maten kleiner uit de was komt.

