Strijken doe je het beste van boven naar beneden en van buiten naar binnen, met de juiste temperatuur voor de stof. Stel je strijkijzer in op de stand die past bij het kledingstuk, zorg dat het strijkijzer heet genoeg is en beweeg rustig heen en weer over het stof. Met een goede aanpak gaan kreukels er snel uit en beschadig je niets.
Voorbereiding: dit doe je voordat je begint
Kijk altijd eerst op het waslabel van het kledingstuk. Daar staat een strijkijzertje met stippen. Één stip betekent maximaal 110 graden (voor synthetische stoffen), twee stippen betekent maximaal 150 graden (voor wol en zijde), drie stippen betekent maximaal 200 graden (voor katoen en linnen). Staat er een strijkijzer met een kruis erdoorheen? Dan strijk je dat stuk niet.
Zorg dat het strijkijzer goed heet is voordat je begint. Te koud strijken werkt niet goed en je raakt gefrustreerd omdat de kreukels blijven zitten. Te heet strijken beschadigt de stof. Laat het strijkijzer altijd even opwarmen, dat duurt meestal een minuut of twee.
Strijk kleding die nog licht vochtig is, dat gaat veel makkelijker. Haal het net uit de wasmachine? Perfect. Is het al droog? Bevochtig het dan licht met een plantenspuit. Katoen en linnen hebben er het meeste baat bij.
Hoe moet je strijken: de techniek
Leg het kledingstuk plat op de strijkplank. Zorg dat er geen vouwen inliggen die je niet wilt strijken. Pak het strijkijzer vast en beweeg het in lange, rechte halen over de stof. Druk niet te hard aan, je gewicht is meer dan genoeg. Duw het strijkijzer nooit lang op dezelfde plek stil staan, zeker niet op synthetisch materiaal, want dan smelt de stof.
Werk logisch van boven naar beneden. Bij een overhemd begin je met de kraag, dan de mouwen, dan de voor- en achterkant. Door die volgorde te gebruiken, leg je het net gestreken gedeelte niet opnieuw neer op de plank en creëer je geen nieuwe kreukels.
Gebruik stoom voor hardnekkige kreukels. Bijna elk strijkijzer heeft een stoomfunctie. Druk de knop in terwijl je het ijzer over de stof beweegt. De stoom maakt de stof soepel en de kreukels gaan er gemakkelijker uit. Voor wol houd je het strijkijzer iets boven de stof en laat je de stoom het werk doen zonder het ijzer direct te laten raken.
Per kledingstuk: de handige aanpak
Overhemden en blouses: Begin bij de kraag. Vouw de kraag open en strijk de binnenkant, daarna de buitenkant. Ga dan naar de manchetten en de mouwen. Leg de mouw plat op de strijkplank, lijn de naden netjes uit en strijk van de schouder naar de manchet. Doe de voor- en achterkant als laatste.
Broeken: Leg de broek zo neer dat de twee pijpen precies op elkaar liggen. Strijk langs de binnennaden en de buitennaden. Zo krijg je nette vouwen langs de pijpen zonder dat je ze er apart in hoeft te strijken.
T-shirts: Leg het t-shirt plat neer en begin bij de schouders. Trek de stof licht strak terwijl je strijkt, zodat hij niet verschuift. De voorkant en achterkant doe je vlak daarna.
Lakens en kussensslopen: Vouw ze eerst in de helft, strijk die helft, vouw opnieuw en strijk de andere kant. Zo houd je het overzichtelijk en raak je alles.
Veelgemaakte fouten bij het strijken
Een van de meest voorkomende fouten is strijken op de verkeerde temperatuur. Synthetisch materiaal op een te hoge stand zet je direct kapot. Zet bij twijfel altijd de temperatuur een stand lager en werk omhoog als het nodig is.
Een andere fout is strijken over knopen, ritsen of decoraties. Die beschadigen de coating van je strijkijzer en kunnen zelf ook smelten of breken. Strijk er altijd omheen, of draai het kledingstuk om en strijk de achterkant.
Donkere stoffen kunnen glanzen als je er direct op strijkt met een te hete stand. Leg dan een dunne, vochtige theedoek over de stof en strijk daar overheen. Dat beschermt de stof en voorkomt die vervelende glansplekken.
Veilig bewaren en ophangen na het strijken
Hang kledingstukken direct na het strijken op een hanger of leg ze netjes neer. Laat ze even afkoelen voordat je ze opvouwt en in de kast legt. Gooi je een gestreken overhemd meteen in een la, dan heb je binnen een paar uur weer kreukels. Even wachten maakt het verschil.
Sla het strijkijzer altijd op met de zool omhoog of rechtop in de houder. Laat het volledig afkoelen voordat je het wegzet. Heeft je strijkijzer een waterreservoir voor stoom? Leeg dat na gebruik, zodat er geen kalkaanslag ontstaat in het reservoir.
Goed strijken kost even tijd om te leren, maar met de juiste temperatuur, een beetje stoom en een logische volgorde merk je al snel dat kreukels verdwijnen zonder dat je er lang mee bezig bent.

