Er zijn tientallen soorten stof, en elke stofsoort heeft zijn eigen eigenschappen, gevoel en toepassingen. Of je nu kleding maakt, gordijnen naait of een quilt in elkaar zet: de keuze van de stof bepaalt voor een groot deel het eindresultaat. Dit overzicht laat je zien welke stofsoorten er zijn, wat ze bijzonder maakt en waarvoor je ze gebruikt.
Geweven stoffen: stevig en veelzijdig
Geweven stoffen zijn opgebouwd uit draden die horizontaal en verticaal door elkaar zijn geweven. Dit geeft ze structuur en stevigheid. Ze rekken nauwelijks uit, wat ze geschikt maakt voor kleding die zijn vorm moet houden.
Denim en jeans is een van de bekendste geweven stoffen. Het is een twill-weefsel, meestal van katoen, en herkenbaar aan de diagonale ribbelstructuur. Denim is duurzaam, slijtvast en geschikt voor broeken, jassen en tassen.
Poplin is een lichte, gladde katoenen stof met een fijne dwarsrib. Je vindt het veel in overhemden en blouses. Het is ademend en legt netjes plat, wat het prettig draagbaar maakt in warmer weer.
Batist is een heel fijne, lichte geweven stof, vaak van katoen of linnen. De stof is transparant en zacht, en wordt gebruikt voor ondergoed, babykleding en beddengoed.
Ribfluweel heeft een kenmerkend geribbeld oppervlak door de fluwelen pooldraden. Het is warm, stevig en comfortabel. Ribfluweel zie je veel in broeken, rokken en jassen, vooral in de herfst en winter.
Bengaline is een iets zwaarder geweven stof met een fijne dwarsrib. Het hangt mooi en wordt vaak gebruikt voor broeken, rokken en mantels. De stof heeft een lichte glans en verkreukt weinig.
Gebreide en gestrekte stoffen
Gebreide stoffen zijn gemaakt van in elkaar gehaakt of gebreid garen. Ze rekken mee met het lichaam, wat ze comfortabel maakt voor sportkleding, T-shirts en onderkleding.
Tricot is de bekendste gebreide stof. Het rekt in de breedte en wordt veel gebruikt voor T-shirts, jurken en leggings. Er zijn veel varianten: van dunne single jersey tot dikkere sweaterstof.
Hydrofiel (ook bekend als mousseline) is een losgeweven of losgebreide stof die veel vocht opneemt. Het wordt veel gebruikt voor babydoeken, luiers en slaapzakjes. De stof wordt zachter bij elk wasbeurt.
Pluizige en gestructureerde stoffen
Sommige stoffen vallen op door hun textuur, dikte of oppervlaktestructuur. Ze voegen warmte of een bijzonder gevoel toe aan een kledingstuk of interieurstuk.
Badstof heeft lussen aan het oppervlak die vocht goed opnemen. Het is de stof die je kent van handdoeken en badjassen. Badstof is dik, zacht en warm, maar kan bij regelmatig wassen wat slinken.
Ausbrenner (ook wel devorée of burnout-stof) heeft een speciaal patroon waarbij een deel van de vezels chemisch verwijderd is. Dit geeft een doorzichtig, reliëfachtig effect. Het wordt gebruikt voor feestkleding en sjaals.
Speciale en luxe stofsoorten
Naast de meest gangbare soorten zijn er stofsoorten die luxueuzer of specialistischer zijn, of die om meer kennis vragen bij het naaien.
Zijde is een natuurlijke stof gewonnen uit de cocon van de zijderups. Het is glanzend, licht en aangenaam koel op de huid. Zijde is kwetsbaar en vraagt voorzichtig onderhoud. Je vindt het in blouses, avondkleding en sjaals.
Linnen wordt gemaakt van de vlasvezels. Het is sterk, ademend en absorbeert vocht goed. Linnen verkreukt snel, maar dat wordt door veel mensen juist als kenmerkend en aantrekkelijk gezien. Het is populair voor zomerkleding en woontextiel.
Wol is een dierlijke vezel, meestal afkomstig van schapen. Wol isoleert goed, is van nature vuilafstotend en ademt. Je vindt het in truien, mantels en dekens. Wol kan prikken, afhankelijk van de kwaliteit en dikte van het garen.
Kant is een opengewerkte stof met decoratieve patronen. Het is geen weefsel, maar een netstructuur van draden. Kant wordt gebruikt als afwerking of voor feestkleding, ondergoed en bruidsmode.
Synthetische stofsoorten
Naast natuurlijke vezels zijn er veel synthetische stoffen. Ze worden gemaakt van chemische vezels en hebben vaak praktische voordelen, zoals sneldrogend, rekbaar of goedkoop in productie.
Polyester is een van de meest gebruikte synthetische stoffen. Het is sterk, krimpvrij en duurzaam. Polyester ademt minder goed dan katoen, maar is wel kreukvrij en gemakkelijk te wassen. Het wordt gemengd met andere vezels voor extra sterkte of minder kreukels.
Viscose (ook wel rayon) is een halfkunststof van cellulose. Het hangt soepel, voelt zacht aan en heeft een lichte glans. Viscose lijkt op zijde maar is een stuk goedkoper. Het is wel kwetsbaar als het nat is en kan krimpen bij het wassen.
Lycra of elastaan is geen zelfstandige stof, maar een rek-vezel die aan andere stoffen wordt toegevoegd. Zelfs een klein percentage elastaan (vaak 2 tot 5%) geeft een stof al een duidelijk stretcheffect. Je vindt het in sportkleding, zwemkleding en jeans.
Hoe kies je de juiste stofsoort?
De keuze hangt altijd af van het doel. Ga je iets naaien voor dagelijks gebruik? Dan zijn stevige, wasbare stoffen zoals katoen, denim of tricot verstandig. Wil je iets dragen voor een feest of speciale gelegenheid? Dan is een luxere stof als zijde, viscose of kant meer op zijn plaats. Let ook op de bewerkbaarheid: dunne en gladde stoffen zoals batist of satijn zijn lastiger te naaien dan een stevige katoenen stof.
Bij interieurstof spelen factoren als lichtechtheid, slijtvastheid en reinigbaarheid een grote rol. Gordijnen, kussens en bekleding vragen andere stoffen dan kleding. Denk ook aan of de stof rekvrij moet zijn of juist rekbaar, en of hij ademend of juist isolerend moet zijn.
Met al deze stofsoorten in het achterhoofd ben je goed uitgerust om de juiste keuze te maken. Of je nu voor het eerst naait of al jarenlange ervaring hebt: een beetje kennis over stofsoorten maakt het verschil tussen een goed en een perfect eindresultaat.

