Een trui strijken kan prima, zolang je de juiste temperatuur kiest en weet met welk materiaal je te maken hebt. De meeste schade aan truien ontstaat niet door het strijken zelf, maar door te veel hitte of te veel druk op de stof. Met een paar eenvoudige stappen strijk je een trui glad zonder krimpende wol, glanzende vlekken of vervormd weefsel.
Controleer altijd het waslabel voor je begint
Voor je het strijkijzer pakt, kijk je op het waslabel van de trui. Dat label vertelt je precies of strijken is toegestaan en op welke temperatuur. Het strijksymbool is een driehoekig strijkijzertje met één, twee of drie puntjes. Eén puntje betekent maximaal 110 graden (synthetische stoffen), twee puntjes 150 graden (wol, zijde) en drie puntjes 200 graden (katoen, linnen). Een kruis door het strijkijzertje? Dan strijk je de trui beter helemaal niet.
Veel truien van acryl of synthetische vezels zijn gevoelig voor hitte. Zelfs een iets te warm strijkijzer kan de vezels laten smelten of een glanzende plek achterlaten die er niet meer uit gaat. Wees dus extra voorzichtig met goedkope of dunne materialen.
Trui strijken: de juiste aanpak per materiaal
Wollen truien strijk je het best met stoom en een perslapje (een dunne, vochtige doek of een los stuk katoen) tussen het strijkijzer en de stof. Druk het strijkijzer nooit hard op wol: dat kan de vezels plat drukken en glimmende plekken veroorzaken. Houd het ijzer liever iets boven de stof en laat de stoom het werk doen. Stel de temperatuur in op maximaal 150 graden.
Katoenen truien verdragen meer hitte. Hier kun je wel wat meer druk zetten, maar ook hier helpt een licht vochtige stof of de stoomfunctie om kreukels soepel glad te krijgen. Gebruik een temperatuur van 150 tot 200 graden, afhankelijk van hoe dik en stevig het katoen is.
Truien van acryl of andere synthetische stoffen vraag je het minst van het strijkijzer. Gebruik maximaal 110 graden, geen stoom en altijd een droge perslapje. Test bij twijfel eerst op een onzichtbaar stukje stof, zoals de binnenkant van een zoom.
Stap voor stap een trui strijken
- Leg de trui vlak op de strijkplank, zonder vouwen of plooien.
- Leg een dunne doek of perslapje over het deel dat je wilt strijken.
- Stel het strijkijzer in op de juiste temperatuur voor het materiaal.
- Gebruik bij wol en katoen de stoomfunctie; bij synthetisch geen stoom.
- Beweeg het strijkijzer rustig en langzaam over de stof, zonder te duwen.
- Laat de trui na het strijken even afkoelen voor je hem opvouwt of aantrekt.
Veelgemaakte fouten bij het strijken van truien
De grootste fout is strijken op te hoge temperatuur. Een glanzende plek op een wollen of acryltrui is vrijwel niet meer te herstellen. Zet het strijkijzer altijd één stand lager dan je denkt nodig te hebben en werk je indien nodig omhoog.
Een andere veelgemaakte fout is de trui nat of halfvochtig strijken zonder perslapje. Vocht en hitte samen kunnen wol laten krimpen of vervormen, zeker als je druk zet. Gebruik daarom altijd een droge of licht vochtige doek als buffer.
Tot slot: strijk truien niet op een te kleine strijkplank. Als de stof over de rand hangt, trekt die scheef en worden de zijnaden vervormd. Leg de trui altijd zo plat en volledig mogelijk neer.
Met een beetje voorbereiding strijk je een trui snel en veilig glad. Kijk naar het label, gebruik de juiste temperatuur en werk altijd met een perslapje bij kwetsbare materialen. Dan zie je meteen of het genoeg is, zonder risico op schade.

