Een trui strijken doe je op een lage temperatuur, binnenstebuiten en met weinig druk. Controleer eerst het waslabel: staat er een doorgestreept strijkijzer op, dan mag de trui niet worden gestreken. Leg een dunne, schone doek tussen de trui en het strijkijzer om de stof te beschermen.
Wanneer kun je een trui strijken?
Een trui met lichte kreukels hoeft niet altijd gestreken te worden. Leg hem eerst plat en trek hem voorzichtig in model. Soms verdwijnen de vouwen daardoor al. Dat is vooral prettig bij een dikke of grofgebreide trui: door te strijken kun je het breiwerk platdrukken.
Mag de trui volgens het label gestreken worden en blijven de kreukels zichtbaar? Dan kun je ze voorzichtig behandelen. Begin met de laagste stand en probeer die eerst op een onopvallend stukje aan de binnenkant.
Een stip op het strijksymbool betekent maximaal 110 graden. Bij twee of drie stippen mag het strijkijzer warmer, maar voor een kwetsbare trui is het verstandig om laag te beginnen. Bestaat de trui uit meerdere materialen, houd dan rekening met de vezel die het minst goed tegen warmte kan.
Een trui strijken in vijf stappen
- Maak de trui klaar. Keer hem binnenstebuiten en leg hem vlak op de strijkplank. Strijk alleen een schone trui: door warmte kunnen vlekken moeilijker te verwijderen zijn.
- Leg de stof in model. Zorg dat de naden recht liggen en dat er geen diepe plooien onder de bovenste laag zitten. Trek niet aan het breiwerk.
- Bescherm de trui. Leg een dunne, schone doek op het deel dat je wilt behandelen. Zo raakt de strijkzool de trui niet rechtstreeks en verklein je de kans op glansplekken.
- Druk voorzichtig. Zet het strijkijzer kort op de doek, til het op en verplaats het naar de volgende plek. Schuif niet stevig heen en weer, want daardoor kan de trui uitrekken.
- Laat de trui afkoelen. Leg hem plat en laat hem volledig afkoelen voordat je hem opvouwt of aantrekt. Zo krijgt het breiwerk de kans om zijn vorm te behouden.
Let op bij reliëf, boorden en opdrukken
Bij een kabeltrui of een ander grof breiwerk wil je het reliëf behouden. Druk daarom zo licht mogelijk en behandel alleen de delen die echt gekreukt zijn. Wordt het patroon platter, stop dan met strijken.
De boorden bij de hals, mouwen en onderkant kunnen hun rek verliezen als je eraan trekt of er hard op drukt. Leg ze rustig vlak en laat ze waar mogelijk met rust. Strijk ook niet rechtstreeks over een opdruk, borduursel, kraaltjes of andere versiering: warmte en druk kunnen die beschadigen.
Zie je glans ontstaan of merk je dat de stof vervormt? Stop meteen en laat de trui afkoelen. Een paar kleine kreukels zijn bij een gebreide trui minder storend dan een blijvend platgedrukt patroon.

