Welke wol pilt niet? Zo kies je een trui die langer mooi blijft

welke wol pilt niet

Welke wol pilt niet? Geen enkele wolsoort is volledig vrij van pilling. Wel heeft wol met lange vezels die stevig zijn gesponnen meestal minder kans op pluisbolletjes dan zachte, los gesponnen wol. Kijk daarom niet alleen naar de naam van de wol, maar ook naar het garen en de structuur van de trui.

Welke wol pilt niet of zo min mogelijk?

Een wollen trui met een glad oppervlak en stevig gedraaide draden is vaak een goede keuze als je pilling wilt beperken. Bij zo’n draad zitten de vezels beter vast, waardoor ze minder makkelijk naar buiten komen en bolletjes vormen door wrijving.

Gekamde wol met lange vezels kan daarvoor geschikt zijn. Het kammen verwijdert veel korte vezels, die makkelijker uit het garen kunnen steken. Ook hier geldt: de manier waarop het garen is gemaakt en gebreid telt mee. De naam op het etiket geeft dus geen garantie.

Een stevig gebreide trui van gewone schapenwol kan minder pillen dan een heel zachte trui van fijne wol. Daar staat tegenover dat steviger wol minder zacht kan aanvoelen. Je maakt dus soms een afweging tussen een glad uiterlijk en een zacht gevoel.

Pillen merino, kasjmier en alpacawol?

Ook populaire zachte wolsoorten kunnen pillen. Hoeveel bolletjes ontstaan, verschilt per kledingstuk:

  • Merinowol: kan pillen, vooral als het garen zacht en los is gesponnen. Een gladde, stevige merinotrui kan langer mooi blijven.
  • Kasjmier: is zacht, maar kan ook pluisbolletjes vormen. Een hoge prijs betekent niet automatisch dat een trui niet pilt.
  • Alpacawol: kan eveneens pillen. Een pluizig, los gebreid kledingstuk is vaak gevoeliger voor wrijving dan een glad exemplaar.
  • Lamswol: kan weinig pillen als het garen stevig is gemaakt, maar ook hier hangt het af van de vezels en het breisel.

Vergelijk je twee truien van dezelfde wolsoort, dan kan de ene dus toch sneller pillen dan de andere.

Zo herken je wol die minder snel pilt

Bekijk een trui van dichtbij voordat je hem koopt. Zie je veel losse vezels aan het oppervlak, dan kunnen die bij het dragen in elkaar draaien. Dat gebeurt vooral op plekken waar stof langs stof schuurt, zoals onder de armen en aan de zijkant bij een tas.

Let op deze kenmerken:

  • Een glad oppervlak: een sterk pluizige trui heeft meer uitstekende vezels.
  • Stevig garen: bij goed gedraaide draden zitten vezels vaak beter op hun plek.
  • Een vast breisel: een stevig gebreide trui is vaak minder gevoelig voor wrijving dan een losse, luchtige trui.

Een mengsel van wol en katoen kan een optie zijn, maar ook een wolmix is niet automatisch pillingsvrij. Het percentage wol vertelt je op zichzelf niet hoe de trui zich tijdens het dragen houdt.

Wat doe je als een wollen trui toch pilt?

Verminder wrijving waar dat kan. Draag bijvoorbeeld niet steeds een ruwe schoudertas over dezelfde plek. Volg ook het waslabel en was de trui niet vaker dan nodig.

Ontstaan er toch bolletjes, verwijder ze dan voorzichtig met een wolkam of pluizentondeuse. Leg de trui plat en probeer het hulpmiddel eerst op een onopvallende plek. Trek pluisbolletjes niet met je vingers los: daarbij kun je vezels uit het garen trekken.

Voor de kleinste kans op pilling is een gladde trui van stevig gesponnen wol een betere gok dan een heel pluizig exemplaar. Helemaal uitsluiten kun je de bolletjes bij wol niet.