Hemd strijken: zo doe je het stap voor stap

Een hemd strijken begint met de juiste volgorde: kraag eerst, dan de manchetten en mouwen, daarna de voorkant en tot slot de rug. Die volgorde voorkomt dat je al gestreken delen weer kreukelt terwijl je verder werkt. Met een goed verwarmde strijkijzer en wat aandacht voor de details ziet een hemd er binnen een paar minuten strak en verzorgd uit.

Strijkijzer instellen en hemd voorbereiden

Check eerst het waslabel. Katoen verdraagt een hoge temperatuur (stand 3 of het katoensymbool). Polyester en gemengde stoffen vragen om een lagere stand, anders verbrandt of glanst de stof. Twijfel je? Begin dan altijd laag en werk omhoog.

Strijk een hemd bij voorkeur licht vochtig. Je kunt het net na het wassen strijken als het nog een klein beetje vochtig is, of gebruik een sprayflesje met water. Vochtige stof geeft kreukels veel gemakkelijker mee dan droge stof. Een stoomstrijkijzer doet in principe hetzelfde, maar een flesje werkt ook prima.

Hemd strijken in de juiste volgorde

Gebruik deze stap-voor-stapaanpak om dubbel werk te voorkomen:

  • 1. Kraag. Leg de kraag plat open op de strijkplank. Strijk van de punten naar het midden, aan beide kanten. Zo krijg je geen kreukels in de punten. Vouw daarna de kraag op de vouwlijn terug en strijk nog een keer licht over de bovenkant.
  • 2. Manchetten. Open de knoopjes en leg de manchet plat. Strijk de binnenkant eerst, dan de buitenkant. Let op de naden: strijk er precies langs, niet erover heen, zodat je geen harde vouwen in de stof drukt.
  • 3. Mouwen. Leg de mouw plat op de strijkplank met de naad aan de kant. Strijk van de manchet richting de schouder. Draai de mouw om en herhaal. Wil je een scherpe vouw in de mouw? Leg de naad dan exact op de zijkant en strijk erover.
  • 4. Voorpand met knoopjes. Strijk het knoopjesstrookje eerst. Zet het strijkijzer tussen de knoopjes door, niet erover. Daarna strijk je de rest van het voorpand van het strijkijzer weg van het knoopjesstrookje richting de zijnaad.
  • 5. Ander voorpand. Hetzelfde als stap 4, maar hier zitten de knoopsgaten. Strijk ook hier tussen de openingen door.
  • 6. Rug. De rug is het grootste vlak en strijk je als laatste. Schuif het hemd over de punt van de strijkplank en werk van het ene schoudergedeelte naar het midden, dan het andere schoudergedeelte, en tot slot het onderste deel. Zo hou je grote vlakken soepel en kreukvrij.

Kraag en plooitjes: veelgemaakte fouten

De kraagpunten kreukelen snel als je vanuit het midden naar buiten strijkt. Altijd andersom: van buiten naar binnen. Druk je te hard op de punt, dan krijg je een glanzende plek in de stof. Een licht, vloeiend bewegend strijkijzer doet meer dan hard drukken.

Sommige hemden hebben siernaden, plooitjes of een rugpas (het dubbele stuk stof bovenaan de rug). Strijk plooitjes altijd in de richting van de vouw, leg ze eerst met je vingers goed neer voordat je het strijkijzer erop zet. Een rugpas strijk je vlak, van de naden naar het midden.

Tips om strijken makkelijker te maken

Haal hemden direct na het drogen uit de droger of van de waslijn. Kreukels die al ingedroogd zijn, zijn veel lastiger te verwijderen dan verse kreukels. Hang het hemd meteen op een hanger als je klaar bent; op een stapel leggen maakt alles binnen een halfuur opnieuw kreukelig.

Een strijkplankdeksel dat een beetje stoom van onderen doorlaat, geeft een beter resultaat dan een dicht deksel. De stoom trekt dan van twee kanten door de stof. En tot slot: strijk altijd met de draad van de stof mee, niet schuin eroverheen. Dat geeft een strak resultaat en trekt de stof niet uit vorm.

Met de goede volgorde, een verwarmde strijkijzer en een licht vochtig hemd strijk je een overhemd in zo’n vijf tot tien minuten netjes op. Wie dat regelmatig doet, merkt dat het al snel een stuk sneller gaat.