De bekendste soorten wol zijn schapenwol, merinowol, lamswol, kasjmier, mohair en alpacawol. Ook dieren zoals de jak, kameel en het angorakonijn leveren vezels voor kleding. Elke soort heeft een eigen uitstraling en gevoel, van fijn en zacht tot stevig en wat grover.
De naam vertelt vaak van welk dier de vezel komt. Soms verwijst de naam juist naar een ras, de leeftijd bij het scheren of de fijnheid van de vezel. Daardoor kunnen namen elkaar overlappen: lamswol kan bijvoorbeeld ook merinowol zijn.
Soorten wol van schapen
Schapenwol is er in veel uitvoeringen. Het ras van het schaap en de manier waarop de vezels tot garen worden verwerkt, bepalen mede hoe de stof aanvoelt.
- Schapenwol: een algemene naam voor wol van schapen. De vezels kunnen fijn of grof zijn. Je vindt schapenwol onder meer in truien, jassen en dekens.
- Merinowol: afkomstig van het merinoschaap. De vezels zijn meestal fijn, waardoor de stof vaak zacht aanvoelt. Merino wordt gebruikt voor onderkleding, truien en sportkleding.
- Lamswol: wol van een jong schaap, vaak afkomstig van de eerste schering. Lamswol voelt meestal zacht en soepel aan en wordt veel gebruikt voor truien en plaids.
- Gotlandwol: afkomstig van het Gotlandschaap. Deze wol heeft vaak een natuurlijke grijze kleur en een lichte glans. Je ziet haar onder andere in dekens en gebreide kleding.
- Shetlandwol: afkomstig van het shetlandschaap. Deze wol wordt vaak gebruikt voor warme, licht aanvoelende truien, waaronder truien met ingebreide patronen.
Een wollen trui is niet automatisch zacht omdat er schapenwol in zit. Een trui van grovere vezels kan steviger en ruwer aanvoelen dan een trui van fijnere vezels.
Wolsoorten van geiten
Geiten leveren twee bekende vezels voor kleding: kasjmier en mohair. Ze verschillen duidelijk in uiterlijk.
- Kasjmier: gemaakt van de fijne ondervacht van kasjmiergeiten. Kasjmier voelt doorgaans zacht aan en wordt onder meer gebruikt voor truien, vesten en sjaals. Het is vaak duurder dan gewone schapenwol.
- Mohair: afkomstig van de angorageit. Mohair heeft vaak een glanzend en pluizig uiterlijk. Het wordt gebruikt in kleding en wordt regelmatig met andere vezels gemengd.
De angorageit moet je niet verwarren met het angorakonijn. Ondanks de overeenkomst in naam leveren deze dieren verschillende vezels.
Wol van alpaca’s en andere kameelachtigen
Alpaca’s, lama’s en kamelen behoren tot de kameelachtigen. Hun vacht levert vezels die je in kleding en accessoires kunt tegenkomen.
- Alpacawol: afkomstig van de alpaca. Ze kan zacht en licht aanvoelen en wordt gebruikt voor truien, sjaals en dekens. De fijnheid verschilt per dier en per deel van de vacht.
- Babyalpaca: een aanduiding voor fijne alpacavezels. De naam betekent niet altijd dat de vezels van een jonge alpaca komen.
- Lamawol: afkomstig van de lama. De vacht kan zowel fijne ondervezels als grovere haren bevatten. Hoe zacht het materiaal voelt, hangt mede af van de vezels die zijn gebruikt.
- Kameelhaar: vaak gemaakt van de zachte ondervacht van kamelen. Je vindt het onder meer in jassen, dekens en sjaals. De natuurlijke kleur is meestal beige tot bruin.
- Vicuñawol: afkomstig van de vicuña, een wilde kameelachtige uit Zuid-Amerika. De vezels zijn zeer fijn. Het materiaal is zeldzaam en meestal duur.
Andere dierlijke vezels voor kleding
Naast schapen, geiten en kameelachtigen zijn er andere dieren waarvan de vacht voor textiel wordt gebruikt. Deze vezels zijn minder algemeen verkrijgbaar.
- Angora: afkomstig van het angorakonijn. De vezels zijn zacht en pluizig. Angora wordt vaak gemengd met andere vezels en komt voor in truien en accessoires.
- Jakwol: gemaakt van de fijne ondervacht van de jak. De vezels voelen vaak zacht aan en worden gebruikt voor onder meer truien en sjaals.
- Qiviut: de fijne ondervacht van de muskusos. Dit is een relatief zeldzame vezel die je vooral in bijzondere garens en accessoires vindt.
Bij dierlijke vezels kan de manier waarop dieren worden gehouden en de vacht wordt verzameld verschillen. Wil je daar rekening mee houden, kijk dan of een merk uitleg geeft over de herkomst en eventuele onafhankelijke keurmerken.
Wolnamen die iets anders aangeven dan de diersoort
Niet elke naam op een kledinglabel is een aparte wolsoort. Sommige termen zeggen vooral iets over de herkomst of eerdere verwerking van de vezel.
- Scheerwol: nieuwe wol die van een levend schaap is geschoren. De term zegt op zichzelf niet van welk schapenras de wol komt.
- Gerecyclede wol: wol die opnieuw wordt gebruikt, bijvoorbeeld uit textielresten of afgedankte kleding. Ze kan afkomstig zijn van verschillende wolsoorten.
- Wolmix: een combinatie van wol met andere vezels, zoals katoen, polyamide of een andere wolsoort. De verhouding bepaalt mede hoe het kledingstuk aanvoelt.
Lees bij een mix de volledige samenstelling. Een trui kan bijvoorbeeld als merinomix worden verkocht, terwijl maar een deel van de stof uit merinowol bestaat.
Veelgestelde vragen over wolsoorten
Waar wordt wol van gemaakt?
Wol en andere dierlijke vezels komen uit de vacht van dieren. De vezels worden verzameld, gesorteerd en verwerkt tot garen, waarvan stof of breiwerk kan worden gemaakt.
Is lamswol altijd een andere soort dan merinowol?
Nee. Lamswol zegt iets over het jonge schaap waarvan de wol komt. Merinowol verwijst naar het schapenras. Wol van een jong merinoschaap kan daarom beide namen dragen.
Zijn alle soorten wol geschikt voor dezelfde kleding?
Nee. Fijne vezels worden vaak gebruikt voor kleding die dicht op de huid zit. Grovere vezels passen ook bij stevige truien, jassen en dekens. De keuze hangt niet alleen af van de soort, maar ook van het garen en de manier waarop de stof is gemaakt.
Vergelijk bij het kiezen niet alleen de naam van de wolsoort, maar voel ook aan de stof en bekijk de samenstelling. Zo merk je het verschil tussen bijvoorbeeld een gladde merinotrui, een pluizige mohairmix en een stevige trui van schapenwol.

