Wat is fleece voor stof? Uitleg, soorten en wanneer je het gebruikt

Fleece is een zachte, isolerende stof die vrijwel altijd van polyester is gemaakt. De vezels worden tijdens het productieproces opgerauwd, waardoor er kleine luchtbelletjes in de stof ontstaan. Die stilstaande lucht houdt warmte vast, wat fleece tot een populair materiaal maakt voor truien, jassen en outdoorkleding.

De stof voelt pluizig en licht aan, droogt snel en is goed bestand tegen vocht van buitenaf. Dat maakt fleece anders dan wol of katoen, die zwaar worden als ze nat zijn en lang drogen. Fleece biedt ook bij lichte vochtigheid nog warmte, al is het geen volledig waterdicht materiaal.

Hoe wordt fleece gemaakt?

Fleece wordt gemaakt van polyestervezels die worden gesponnen tot een stof. Na het weven of breien wordt het oppervlak mechanisch opgerauwd, zodat er een zacht, harig laagje ontstaat. Dat laagje heet de “pool”. Hoe dikker en langer die pool, hoe warmer de stof en hoe zwaarder het materiaal.

Sommige fleecestoffen bevatten een kleine hoeveelheid gerecycled polyester, gemaakt van bijvoorbeeld plastic flessen. Dit type fleece wordt steeds vaker gebruikt en is qua eigenschappen vrijwel gelijk aan reguliere polyesterfleece.

De soorten fleece en hun gewicht

Fleece wordt ingedeeld op gewicht, uitgedrukt in gram per vierkante meter (g/m²). Hoe hoger dat getal, hoe warmer en dikker de stof. Er zijn drie veelgebruikte categorieën:

  • Lichtgewicht fleece (100 g/m²): dun, flexibel en goed te dragen onder een jas. Geschikt als tussenlaagsje bij milde kou of als sportlaag bij beweging.
  • Middengewicht fleece (200 g/m²): de meest verkochte variant. Warm genoeg voor dagelijks gebruik, maar nog steeds comfortabel om in te bewegen. Denk aan een fleecevest of trui voor wandelen of fietsen.
  • Zwaargewicht fleece (300 g/m²): dik en warm, geschikt voor koude omstandigheden of als buitenste laag bij weinig wind. Minder geschikt om onder een jas te dragen vanwege de dikte.

Wat is fleece voor stof vergeleken met andere materialen?

Ten opzichte van wol is fleece lichter en droogt het sneller. Wol heeft wel voordelen die fleece niet heeft: het reguleert temperatuur beter bij wisselende omstandigheden en heeft van nature weinig last van geurtjes. Fleece pikt geuren sneller op en geeft ze minder makkelijk los bij spoelen.

Vergeleken met een softshell of hardshell biedt fleece meer isolatie maar minder windweerstand. Fleece laat wind vrij doorheen, wat nadelig is bij koud, winderig weer. Een fleecevest wordt daarom vaak gebruikt als middelste laag onder een wind- of regenjas, niet als buitenste laag.

Katoen is zachter op de huid maar houdt vocht vast en droogt langzaam. Bij sport of buiten bewegen is fleece om die reden veel praktischer dan een katoenen trui.

Wanneer kies je wel of niet voor fleece?

Fleece werkt goed als je warmte wilt zonder veel gewicht, snel wilt drogen en regelmatig actief bezig bent. Het is een logische keuze voor wandelen, kamperen, fietsen en andere buitenactiviteiten bij droog weer of als tussenlaagsje bij regen.

Fleece is minder geschikt als je veel wind of regen verwacht zonder extra jas erover. Ook als je gevoelig bent voor statische elektriciteit of last hebt van pilling (het vormen van kleine pluisjes op het oppervlak), kun je beter kiezen voor een kwalitatief hoogwaardigere fleece met dichtere vezels, of voor een alternatief zoals merino wol.

Fleece pilt sneller bij goedkopere varianten en bij veelvuldig wassen op hoge temperatuur. Was fleece bij voorkeur op 30 of 40 graden en vermijd de droger, om de stof langer in goede staat te houden.

Kortom: fleece is een lichte, warme en sneldrogende polyesterstof die uitstekend werkt als isolatielaag. Het is niet de meest milieuvriendelijke stof en heeft beperkingen bij wind en regen, maar voor het dagelijks gebruik en outdooractiviteiten is het een van de meest praktische keuzes die er zijn.